De transpersoonlijke liefdesrelatie

We leven allemaal in een eigen realiteit. Het lijkt er soms op dat we in dezelfde realiteit leven, maar dat is niet zo. Er zijn net zoveel werkelijkheden als er wezens zijn die ‘de werkelijkheid’ interpreteren.

Naast de ‘harde realiteit’, is er de transcendente realiteit. Die verwijst naar het besef dat er een wereld achter de dingen ligt. In die transcendente werkelijkheid doorzie je bijvoorbeeld dat alles een cyclus kent van opgaan, blinken en verzinken. Je weet dat alles eindig is en dat alles dat je nu waarneemt zal verdwijnen. De ‘jij’ verandert voortdurend van vorm, net als alle dingen, maar ‘iets’ in jou kan het voortdurend veranderende ervaren (zelfs de veranderingen die jijzelf ondergaat). Als jij veranderingen met ‘iets’ kunt ervaren is er dus een vast punt, een essentie, de Waarnemer,  een Puur Zijn.

Soms wordt de ‘harde realiteit’ vanuit het transcendente perspectief een illusie genoemd. Dat is ook juist, maar we moeten het wel met die illusie doen. Het is ons werk-, ervarings- en speelveld. Het is dus alle twee waar, illusie en werkelijkheid.

Mogelijk is de diepste laag van realiteitsbeleving dat je alles als eenheid ervaart en dat jouw persoonlijkheid, jouw ‘terug kijken naar jezelf’ is opgegaan in die pure Waarnemer. Er is stilte in je zijn, in je denken en voelen. Je bent samengevallen met wat zich voordoet zonder dat je eraan hecht of het probeert te continueren. De tijd is stil gevallen in het Nu. Je bent.

Voor ons leven met onze geliefde en in ruime zin voor ons leven met ‘de ander’ is het natuurlijk nogal essentieel hoe transcendent we het bestaan ervaren. Als je vanuit de eenheid leeft dan is de ander niet een ander, maar dan ben jij dat. Als je de ander of je geliefde onheus bejegent dan doe je dat ook jezelf aan. Niet velen zullen dat concreet zo ervaren, maar velen zullen aanvoelen dat het waar is, ondanks dat ze dat nog niet hebben gerealiseerd in de praktijk van hun leven.

Als we op weg zijn naar leven vanuit dat Zicht, dat Puur Zijn, dan zal onze liefdesrelatie er anders uit zien dan als we het leven precies zo nemen zoals het zich in de vorm aan ons voordoet. In dat laatste geval zullen we waarschijnlijk niet soepel willen leren van de ervaringen die we constant opdoen. We zullen dan eerder een houvast vinden in ‘de harde realiteit’, in kennis en wetenschap en veel minder in het ongerijmde, de muziek, mystiek, het bezielde, het gerafelde en niet-benoembare. Ziekte zullen we weg willen hebben en niet willen toelaten. Het concrete vinden we belangrijker dan de ervaring. Verlies zullen we sterker ervaren als echt verlies en we zullen waarschijnlijk geluk en succes nastreven als hoogste waarden. Bezit, populariteit en kennis zullen we hoger achten dan levenswijsheid en intensiteit van leven. We zullen het lastig vinden om de dood op te nemen in ons bestaan.

In het eerste geval, als we onze geliefde niet als object buiten ons zien, is er natuurlijk een verbinding op een heel ander niveau. Je eigen persoonlijkheid is opgelost of aan het oplossen en je hoeft jezelf dus niet meer te beschermen. Je hoeft de ander niet meer aan jou te binden, je hoeft niet meer te pleasen en waarom zou je nog jaloers zijn? We kennen onszelf, maar ook de ander niet meer allerlei zaken toe of karaktereigenschappen zoals ‘jij bent ook altijd zo opvliegend’. We verblijven volledig in het hier en nu met de ander, waardoor wat zich afspeelt de natuurlijke reactie voortbrengt die ‘aan de orde’ is. Je wordt letterlijk vanzelfsprekend.
Dit is voor velen de weg die we bewust gaan of zelfs nastreven en ergens zal dat streven en ‘de weg’ vanzelf ook oplossen in het Puur Zijn.

Onze liefdesrelatie is het meest directe en intensieve speelveld dat reflecteert ‘waar we zijn’ en waar we onze ‘oplossing’ kunnen beoefenen. Als we voortdurend aan de ander trekken om hem of haar een andere en betere versie van zichzelf te laten zijn of als we willen dat de ander de gaten in onszelf vult dan leven we nog erg in het ‘straks’, ‘hier en daar’ en het ‘ik versus jij’.  Wat we vanuit die onrust de ander dan toevoegen is vaak doortrild met iets waartegen instinctief verzet ontstaat. ‘Het is hoog tijd dat jij eens wat aan jezelf gaat werken, ik zelf ben daar al heel lang mee bezig!’, is niet bepaald een uitnodiging en zo speelt er zich tussen geliefden veel af waarmee eigenlijk alleen verzet en afstand wordt uitgenodigd.

Als we onze geliefde vanuit de eenheid tegemoet treden dan wordt de onderlaag voelbaar dat we er samen voor staan, we zitten in hetzelfde schuitje. Er ligt een open veld tussen ons en we zijn beiden verantwoordelijk. Dan wordt uitwisseling (ook de stevige) wederkerigheid en geen controle of machtsuitoefening.

De collectiviteit van de mensheid lijkt deze bewustzijnsontwikkeling door te maken van het begrijpen dat we echt een samen-leving zijn. Dat we gelijkwaardig zijn en als we ons niet laten leiden door verschillen in kleur, ras, spirituele oriëntatie en niveau van bewustzijn, er een natuurlijke harmonie zal ontstaan. Dat natuurlijk zijn kunnen we in onze relatie in het hier en nu realiseren. We krijgen dan een liefdesrelatie.

Het lichaam dat je kunt zien en aanraken is enkel
een dunne illusoire sluier. Onder dat ligt een onzichtbaar
innerlijk lichaam, de poort naar ZIJN, naar ongemanifesteerd leven.
Via het innerlijk lichaam ben je altijd EEN met God.

Eckhart Tolle

tekening Albert Hennipman (De Ruimte ontwerpers: http://bit.ly/WaIGXL)

Reactie toevoegen